Maandag, 11 juli 2016

Vandaag was de dag van de eerste etappe van de terugreis. Het was in eerste instantie nog onduidelijk of we naar de camping van de heenreis zouden rijden of naar Ketu. Onderweg zouden we nog lang genoeg kunnen nadenken over de reis. Voor de terugreis was nog diesel genoeg in de tank, dat wil zeggen, genoeg om in Duitsland te komen. De dieselprijs is namelijk 40cent hoger als in Duitsland, dus heb ik op de heenreis nog vlak voor de grens met Zwitserland getankt.

Zoals gewoonlijk was het campement in zeer korte tijd ingepakt. De biertafel die we geleend hadden van de camping was gisteren al teruggebracht en dit keer met de auto, want het was een zwaar geheel en de wandeling rijkelijk ver. Een half uur nadat we waren begonnen met afbreken zat alles weer in de auto en dakkoffer en kon de terugreis beginnen.

Na betaling bij het campinghoofd kregen we net als drie jaar geleden een dikke reep chocola van bijna een halve meter lang. Op het moment dat we wilde afrijden kwam het campinghoofd naar de auto lopen met de melding dat hij een fout gemaakt had. Hij had een dag teveel in rekening gebracht. Het gepinde geld had hij inmiddels teruggestuurd en een nieuwe rekening werd gemaakt. We hebben toen meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om een deel te betalen met de  Zwitserse geld dat we nog hadden.

Rond tienen reden we de camping af. De route verliep voorspoedig tot aan de grens met Duitsland. Wij konden zonder belemmering en reactie van de douane de grens passeren. Op de tegenliggende baan stond nu een veel langere rij vrachtwagens te wachten als dat wij op de heenreis hadden gezien, bovendien was er nu ook een file van personenauto’s voor de grens me Zwitserland.

Op de Duitse autobaan richting Nederland was ook duidelijk te merken dat de vakantie’s nu pas echt begonnen waren. In de richting van het zuiden was het druk, richting het noorden daarentegen was er in het geheel geen oponthoud. Ter hoogte van Freiburg was de beslissing genomen. We zouden naar Ketu rijden en op de camping bij Irrel overnachten.  Naarmate wij noordelijker kwamen werd het weer slechter maar het bleef droog.

In Irrel aangekomen zijn we op de camping Nimseck terecht gekomen. In schril contrast met de andere campings waarop we dit jaar gestaan hadden, ging hier alles primitief en op papier. We moesten vooraf betalen en dit kon niet per pin, kortom, naar Irrel om geld op te nemen. Nadat we betaald hadden werd het kantoor afgesloten en de dame wandelde een stukje richting het campeerveld dat vanaf de hoogte waarop we op dat moment waren goed was te overzien. Ze wees ons een plekje aan, maar eigenlijk maakte het helemaal niet uit waar we gingen staan. Na een lange discussie over niets eigenlijk keerde de dame weer terug naar het kantoor, haalde de deur van het slot en draaide het bordje afwezig weer om.

De tent stond zoals gewoonlijk binnen een half uur inclusief het kwartier maken in de vorm van het opblazen van luchtbedden en aanverwante bezigheden. Daarna reden wij af naar Halsdorf.

Bij het huis van Ketu aangekomen was er niemand thuis, althans dat leek zo. De auto’s waren weg, maar de voordeur was open. Na een onderzoek van het huis bleek Nadiri thuis te zijn en nogal vast te slapen. Later bleek dat ze net thuis was van een vakantie met scouting en was hierdoor over vermoeid. Niet vreemd in mijn ogen.

Henriette is samen Larissa naar Bitburg vertrokken voor boodschappen en ik ben buiten op een stoel een spelletje gaan doen op mijn telefoon, maar kort daarna werd ik vergezeld door Nadiri.

Na een half uur arriveerde een zeer verbaasde Heidi