Dinsdag, 7 juni 2022

Daar er nog niet echt een grote wandeling was gemaakt en het vandaag redelijk weer zou worden, had ik mezelf voorgenomen om het meer Mauvoisin weer eens te ronden. Onderzoek had uitgewezen dat de berghut “Chanrion” nog gesloten was, dus er zou voldoende eten en drinken mee genomen moeten worden, daar het een wandeling van zo’n acht uur zou kunnen worden.

Rond half negen reden Henriëtte, Larissa, Toby en ik af voor de reis naar Mauvoisin. Dit zou zo’n anderhalf uur in beslag nemen. Volgens de actieradius van de auto kon het het wel eens zijn dat ik niet genoeg lading zou hebben voor de hele reis en om billenknijpend terug te rijden zou ik stoppen bij de eerste de beste parkeerplaats langs de autoweg richting Martigny. Aldaar kon ik kiezen welke laadpaal te gebruiken, maar wat ik ook deed de paal gaf mij geen toegang tot de elektriciteit die deze kon bieden. Dus doorgereden naar Martigny alwaar ook zo’n toestel beschikbaar zou zijn. Deze bleek bij een McDonald’s te zijn en deze paal was wel genegen om de accu van de auto op te laden. Om het gemis van koffie te pareren heb ik naar de Mc gelopen voor een kop koffie van goede sterkte bleek te zijn. Bij terugkomst gaf de auto aan  100km meer aan radius te hebben, dus hebben we de reis voortgezet.

De reis naar Mauvoisin ging voorspoedig en aldaar konden we 😉 kiezen uit alle parkeerplaatsen op één na. Het was er erg druk, NOT!

Panorama van het stuwmeer “Lac de Mauvoisin”

Gepakt en gezakt zijn we naar de stuwdam gaan lopen en de toegang daar naartoe was voorzien van twee erg lange en steil omhooglopende tunnels die waren voorzien van vele posters die 🙄 betrekking hadden op de bouw van de dam in 1957. Bij de stuwdam aangekomen wachtte ons nog een aantal tunnels waarvan er één erg lang om op de weg langs het meer te komen.  Vandaar uit ging het gestaag langs het meer. Vaak stoppende voor het nemen van een foto of het genieten van het uitzicht. Wat mij opviel was dat het waterpeil in het meer vrij laag was. Lager dan ik in het verleden had gezien. (Dit was mijn vermoedelijk achtste of negende bezoek)

Aan het eind van het meer kwamen we bij een brug waarvan het dek grotendeels was verdwenen. Hier en daar waren extra platen aangebracht om de voetganger toch doorgang te verschaffen. (FYI: De weg rond het meer mag niet door gemotoriseerd verkeer gebruikt worden, behalve dan voor auto’s met speciale vergunning. In het verleden heb ik maar één keer een auto zijn rijden en dat was een eend gevuld met vier monniken waarvan ik op de dag van vandaag nog steeds niet weet waar die dan heen gingen. 🙂

Het werd tijd om eens te kijken hoe ik op het pad kon komen die ons langs de andere kant van het meer terug zou leiden. Het bleek dat het sowieso langs de berghut zou leiden. Het werd een lange klim die eigenlijk alleen door Toby met gemak werd genomen. Het beestje liep al de hele weg los en daar Larissa met enige afstand voor liep, rende Toby meerder keren tussen haar en ons heen en weer in een poging ons weer bijeen te drijven. Vermoeden wij. Bij de Berghut aangekomen vonden wij een bordje die ons naar het pad langs de andere kant van het meer leidde. Dit pad leek in eerste instantie makkelijker, maar al snel kwamen we er achter dat deze toch wat onbegaanbaar was als de reeds bewandelde route.  Toby ontdekte hier dat de stevige piep geluiden die regelmatig te horen waren, hoorde bij de veel voorkomende en weinig geziene bergmarmotten, ook wel Murmeltieren genoemd. Zijn reactie was het inzetten van de achtervolging. Hij vergat daarbij te kijken en nam dan ook een behoorlijke afstand van ons. Fluitend op mijn vingers bracht hem dan op andere gedachten en kwam dan snel weer terug. Na iedere keer dat de waarschuwing van de Murmeltieren klonk nam Toby de rit aan. Daar dit natuurlijk niet de bedoeling was en ook omdat het pad door een dusdanig steil deel van het gebergte liep werd het beestje aangelijnd.

De route leidde ons door een gesteente van een eerdere lawine. Hier bleek een gedeelte van het pad al verdwenen, maar dit was met enig behoud van veiligheid te passeren. Gelukkig was Toby aangelijnd, want die gleed wel een stuk naar beneden en kon aan zijn lijn weer worden opgetakeld. Een stuk verderop kwamen weer bij een barrière en dit keer konden we hier niet omheen zonder val garantie met dodelijke afloop, dus jammer maar helaas, we moesten omkeren en de zelfde weg terugnemen naar de auto. Dit keer was het hoofdzakelijk afdalen, dus dat werd snel gelopen en bij de brug aangekomen waren er nu twee mensen druk aan het oreren over, vermoedelijk, de te nemen stappen tot reparatie van de brug. Kort daarna passeerde ze ons met de auto.

Ik wist dat het een lange wandeling zou zijn, maar dat we pas om half acht bij de auto terug zouden zijn, was toch wat veel van het goede.

Tegen negen uur waren we weer terug bij het chalet. Morgen maar een rustdag, want het zat stevig in mijn benen.