Het is al een aantal dagen warm, maar vandaag zou het slechter worden en zelfs later op de dag in extreem weer veranderen.
Rond tienen, nadat Henriëtte en Larissa met de auto voor boodschappen waren afgereden, heb ik Toby meegenomen voor een korte wandeling in het bos. Van Joost kreeg ik te horen dat het zou gaan regenen, maar de buienradar gaf aan dat dit nog zeker een uur zou duren. De wandeling duurde uiteindelijk twee uur en inderdaad kreeg ik wat water op mijn dak. Niet dat dit erg was, het was een verfrissend buitje en mijn vissersvestje dat ik altijd draag vanwege de grote hoeveelheid zakken, bleek aardig waterdicht te zijn, zodat ik toch een soort van droog bleef. Bovendien liep ik in het bos vrijwel continu onder een dicht bladerendek die het vele water, dat uit de lucht kwam aardig tegenhield.
Enige uren nadat ik was terug gekomen van de wandeling werd het weer droog en drong een waterig zonnetje door het wolkendek. Deze zorgde voor een zakelijk drogen van het toch ietwat doorweekte vestje.
Des avonds trok het weer dicht en werd het weer zelfs een beetje dreigend. Toch bleef het droog tot middernacht, maar toen ging het wel los. Veel regen en onweer met de nodige bijbehorend knallen, die tijdens tellen tussen de bliksem en donder wel deed vermoeden dat deze niet recht boven ons zat. Intussen gingen de bomen aardig te keer en hoorde ik ook regelmatig klappen tegen het huisje. Ik ben toch even gaan kijken of alles nog in orde was buiten, maar kon niets ontdekken. Toch was ik er niet helemaal gerust op. Rondom de huisjes stonden veel grote bomen en de vraag die daarbij bij mij opkwam was: “Staan al die bomen wel stevig genoeg, in het bos had ik er twee dagen eerder genoeg gezien die omgevallen waren!?”. Mijn overbuurman was in de auto gestapt en reed rondjes. Waarom weet ik niet, maar het was wellicht om zijn kind in slaap te sussen.
Na ongeveer twee uur werd het weer rustig.