Zondag 14 juli 2013

Ik schrok met een ruk wakker met de gedachten: “Vandaag gaan we de bergen in”. Redelijk vroeg, want kort daarna hoorde ik Sabine met het keteltje voor de koffie rammelen/rinkelen. Het hele ochtend ritueel nam zodanig veel tijd in beslag, dat ik besloot om het campinghoofd te gaan bezoeken en hem te vragen naar wandelingen in de omgeving. Hij gaf mij een kaart van de omgeving Frutigen, met de woorden: “Breng maar terug als jullie weer vertrekken naar Nederland”. Gewapend met de kaart liep ik weer terug naar het kampement en samen met Henriëtte zochten we een mooie wandeling uit. De wandeling zou vanuit Kandersteg vertrekken, ter geruststelling van Bas niet per kabelbaan, maar gewoon per benenwagen vanuit het “dal” naar een bergmeer alwaar ook een tweetal berghutten te vinden waren. Zo gezegd, zo gedaan…..Om 10:45u reden we met twee auto’s af naar Kandersteg. Een mooie route met prachtige uitzichten op het bergmassief dat Kandersteg weerhoudt om samen te gaan met plaatsen als Sierre die zich in het dal van de rivier de Rotten bevindt. Aangekomen in Kandersteg, ontdekte we dat er een paardenconcours werd gehouden en dat heel bergen minnend Zwitserland ook maar dacht: “Kom! We gaan naar Kandersteg.” Het parkeerterrein vanwaar we de bergen in zouden gaan, was afgeladen vol, om van de parkeerplaatsen bij het paardenconcours maar te zwijgen. Tevens was er met losse bordjes een verordening van kracht dat al het parkeren betaald was. (Dagkaart 8 francs) We hebben tot nu toe betaald met pin dus klein geld hadden we niet, bovendien om de drukte te gaan wandelen is niet ons ideaal.Tijdens het terugrijden naar Frutigen, besloot ik om nogmaals op de kaart van het camping-hoofd te kijken. Mijn oog viel op een bergtop dichtbij Frutigen die we ook via het dal konden bereiken. Vanaf een geheel verlaten parkeerterrein dat nadat wij parkeerde niet meer “geheel” verlaten was, bereikte we snel het begin van het bergpad naar de Gehrihorn. Volgens het bordje 4½uur lopen. Klinkt ver, dat is het ook, dus zouden we kijken hoever we zouden komen.De wandeling begon meteen steil, niet zoals ik van vorige wandelingen gewend was. Het was ook niet het eerste stukje, want het werd eigenlijk alleen maar erger. Eerst passeerden we een zonnende Hazelworm (zie foto). Henriëtte en Sabine hielden het een uur vol en vonden het toen welletjes. Madelon en Bas zouden volharden en gingen met mij en Andy mee. Tien minuten later kwamen ook zij tot de ontdekking dat het wel een stukie lopen was en ook zij keerden terug. Ik wilde me niet laten kennen en ging met Andy verder. In drie en een half uur waren we boven, vanwaar we een schitterend uitzicht hadden over de beide dalen en een vergezicht over de Thunersee. Terwijl we genogen van de rust en van de gelegenheid gebruik maakten om het Gipfelbuch (logboek die op de top aanwezig is) in te vullen en het maken van panoramafoto’s werd de groep op de top uitgebreid met een jong Zwitsers gezin. Een kind in de rugzak bij pappa die dit alles een hele ervaring vond en bij moeder een baby in een draagzak. De laatste had hele andere ideeën over dit soort vertier en liet dit dan ook duidelijk merken aan de moeder. Tijdens een continu durende klaagzang, zoals alleen baby’s dat kunnen werd er aan de moeder duidelijk gemaakt dat zij/hij dit absoluut niet waardeerde. Wat is er tenslotte mis met lekker lui liggen lummelen in een wieg in je eigen slaapkamer. De rust/reinheid en regelmaat waren hier dan ook ver te zoeken.
Snel was bij Andy en mij de, zoals dat heet, irritatiegrens bereikt, dus besloten we om versneld aan de afdaling te beginnen. Volgens het bordje 3½uur. Het eerste uur ging voorspoedig, maar al begon de verzuring/vermoeienis. De weg daalde zeer snel, dus de knieën en scheenbeenspieren kregen behoorlijk op hun lazer. Gelukkig duurde de afdaling voor ons 2½uur, dus voordat het wankelen serieuze proporties begon aan te nemen waren we weer bij de auto. Dicht bij de auto stond een grote bak met water die continu ververst werd met watervalwater. Ik kon het niet laten om mijn hoofd volledig in de bak onder te dompelen. Deze verfrissing verdreef de vermoeienis lang genoeg om met de auto veilig naar de camping terug te keren.Tijdens de terugreis vertelde Andy dat hij in de rivier bij de camping zou gaan liggen. Die ideeën heb ik wel, maar trekken snel weg als ik weer terug ben. Andy daarentegen voegde de daad bij het woord en terwijl ik lekker een biertje aan het drinken was, is hij in de rivier gaan liggen. Waarheeftiezinin ;o)De avond had soep, was lang, dorstig en koelde uiteindelijk snel af. Morgen maar niet zo’n lange wandeling……