Rond half acht werd ik wakker. Het was helemaal stil in de hut. In de verte kon ik door het open raam het geluid van de draaiende generator onderscheiden. Dit keer heb ik niet veel gelanterfanterd en heb mij snel daarna in de ontbijtzaal begeven. De bus zou namelijk vroeg vertrekken richting Wenen. Het schip had namelijk een haven uitgezocht die in het plaatsje Korneuburg ligt en van daaruit zou het een half uur rijden zijn naar Wenen.
Een ieder was keurig rond half tien voor het schip klaar om aan boord te gaan van de drie bussen, alleen waren er geen bussen. We hebben zeker een half uur staan wachten totdat de eerste bus arriveerde. De chauffeur had de grootste moeite gehad om de aanlegplaats te bereiken, daar hij in eerste instantie nog de verkeerde coördinaten gekregen had en ten tweede zo snel geen route kon vinden die tunneltjes had die hoger waren dan 3m75. (De hoogte van de bus) Halverwege had hij zich verwonderd dat de andere twee bussen de route verlieten en een andere weg waren gaan zoeken. Een kwartier na zijn aankomst, kwamen ook de andere twee en kon de tocht naar Wenen beginnen.
In wenen kreeg iedere bus een gids aan boord. Het heerschap dat ons van informatie kwam voorzien, had Nederlands geleerd tijdens werk in Amsterdam en sprak deze vloeiend met een Gooi’s accent en met een dusdanige snelheid dat hij de meeste Limburgers bij ons in zijn verhaal kwijt raakte. Met een spreeksnelheid waar Jochem Myer nog jaloers van zou worden werden we overspoelt met wetenswaardigheden over de vroegere en recente inwoners van de stad. Het opblazen van op een na alle 193 synagoge in de 2de wereldoorlog en het verdrijven van de bevolkingsgroep die deze voorgenoemde religieuze plaats gebruikten. Inmiddels bestaat de bevolking van Wenen blijkbaar voor de helft uit Oostenrijkers en de andere helft immigranten.

De gids liet ons hier en daar even rondlopen voor het bezichtigen van een aantal locaties die mij niet echt interesseerden en uiteindelijk reed de bus het centrum door en reden we langs vele paleizen en mooie gebouwen. Eigenlijk staat het hele oude centrum helemaal volgebouwd met alleen maar paleizen die inmiddels dienst door als ambassades, banken, hotels en openbare instanties.

Voor we het wisten waren we weer terug bij het punt alwaar wij de gids aan boord namen. Vanaf dat moment mochten we doen en laten wat we wilden en toen we te horen kregen dat er meteen al een bus zou terugkeren naar het schip hebben mijn moeder en ik daarvoor gekozen. De rest van de middag hebben we doorgebracht aan dek wat het was inmiddels zo’n 21ºC bij een vrijwel onbewolkte lucht.

