Zaterdag, 31 januari 2026

De dag van het bezoek aan Hobbiton was aangebroken. Gelukkig werkte de wekker van Jet gewoon, want op een of andere manier staat mijn mobiel steeds in “Stil” tussen 23:00 en 07:00. Dit heb ik in het verleden zelf zo ingesteld, maar krijg het nu niet meer voor elkaar om het uit te schakelen. Dit wil zeggen, ik weet wel hoe, maar op een of andere manier neemt mijn mobiel de nieuwe instellingen niet over. Hmm.

Na het ontbijt kwam Natasja ons ophalen en bracht ons snel en zakelijk naar het hotel alwaar we opgepikt zouden worden. We arriveerde daar ruim op tijd en mochten dus nog zo’n twintig minuten wachten.

Keurig op de afgesproken tijd kwam er een busje de parkeerplaats opdraaien die duidelijk herkenbaaar was als ons transport vanwege de stickers op de zijkant met foto’s uit de film “The lord of the rings”. We werden vriendelijk verwelkomd door Cameron de chauffeur en alle reeds aanwezigen passagiers in de bus. Cam had gezorgd dat we naast elkaar konden zitten, gaf ons een korte veiligheidsbriefing om vervolgens aan de reis te beginnen.

De man had zeer veel te melden. Hij sprak aan een stuk door over allerlei dingen die we in de omgeving konden zien en over de culturen die in New Zealand te vinden waren. Na een kwartier rijden wilde hij dat een ieder zich zou voorstellen, waarna hij met een ieder nog een kort praatje maakte. Wij bleken in een gezelschap van Britten, Amerikanen, een Poolse en een Duitse te zijn.

Na enige tijd rijden begon de chauffeur over wat we konden verwachten bij Hobbiton en dat je daar maar beter meteen de giftshop in zou moeten gaan en dat we maar beter geen ijs moesten kopen, want dat zouden we ergens op de terugweg gaan doen. Vanuit de stroom van informatie vanachter het stuur, bleek de man in onze ogen een redelijke obsessie te hebben voor Ice-cream. Hij bleef daar maar over door gaan.

In Hobbiton bleek het erg druk te zijn. Gelukkig had ons busje een gereserveerde plek dichtbij de verzamelplaats voor de rit naar het dorpje.

Wij hebben ons vakantiehuisje in NZ gevonden!

Hobbiton ligt een aantal kilometer van de parkeerplaats en is alleen bereikbaar met een bus en kan alleen bezocht worden onder begeleiding van een gids. Onderweg kregen we een film te zien over de filmlocatie die werd ingeleid door Peter Jackson en werd gevolgd door de eigenaar van het land. Tijdens de helicopter vlucht over het noorder-eiland vonden ze een mooi stukje land dat was opgebouwd uit glooiende groene heuvels met een omsloten stukje waarin ook een meertje te vinden is. Dit wilde ze graag gebruiken en dus gingen ze bij de boer langs die eigenaar is van deze lokatie. De familie was niet blij met hun daar er een belangrijke rugbywedstrijd bezig was. De boer vond uiteindelijk tijd in de pauze van de wedstrijd en gaf geen toestemming want hij wilde het vervolg van de wedstrijd bekijken. Een paar dagen laten zijn ze teruggegaan en onder druk van de vrouw van de boer heeft hij toegezegd.

De vallei werd omgetoverd tot dorpje met Hobbithuisjes die voor het grootste deel alleen uit facade bestonden maar ook uit daadwerkelijke huisjes bestonden. De geveltjes waren in verschillende schalen voor opnamen met Hobbits en met Gandalf. Een leuk weetje hierbij is, dat bijvoorbeeld de Sam (Sean Astin) in werkelijkheid groter is dan Gandalf (Ian McKellen)

Nadat de films klaar waren werd alles weer afgebroken en teruggebracht in orginele staat. Later toen met de opnamen van de films “De Hobbit”  begonnen werd, werd alles weer opgebouwd en toen die klaar waren, vroeg de boer zich af of alles niet kon blijven zoals het was. Dan zou hij daar bezoeken naartoe kunnen regelen en was hij eindelijk af van alle toeristen die constant over zijn terrein rond liepen.

Het huis van Bilbo en Frodo

Toen we aankwamen bij Hobbiton begon de rondleiding. Onze gids leidde ons langs in totaal 44 huisjes waarvan er twee konden worden bezichtigd, maar helaas niet Bag End, het huisje van Bilbo en Frodo, maar het huisje van een Proudfoot!

Bedje is een beetje kort, maar is te doen.

Nadat we vele sceneries gezien hadden, kwamen we uiteindelijk aan in The Green Dragon alwaar ik een beker stout kreeg en Henriette een beker applecider.

Vanaf de pub werden we nog langs wat moestuintjes geleid om daarna weer met de bus terug gebracht te worden naar de parkeerplaats.

“You can drink your fancy ales, You can drink them by the flagon, But the only brew for the brave and true… Comes from the Green Dragon!”

Bij terugkomst stapte we vrijwel meteen in de bus die ons zou terugbrengen naar Auckland. De chauffeur had nu andere gedachten over de route die hij zou nemen en nam een binnen door weg die van “zeer goed” asfalt was voorzien. Al schuddend en slingerend stopte we uiteindelijk in een dorpje bij een bedrijf alwaar veel melk werd verwerkt. Voor dit bedrijf stond een plastic koe van zo’n zes meter hoog, het geen de chauffeur erg leuk vond en moesten we met z’n alle op de foto. Koeien zijn niet echt iets bijzonders voor een Hollander en bovendien was ik maar een dag samen met die mensen in de bus dus bleef lekker zitten in de airconditioned bus.

De buschauffeur zette ons af bij de bus remise zodat we niet hoefde te lopen. Volgens de beste man zou het twee keer 20 dollar kosten om naar het vliegveld gebracht te worden. We vonden een taxi, waarvan de slecht Engels sprekende Indiaase chauffeur  zij dat de rit 50 dollar zou kosten. Dat is dus maar vijf euro duurder en wordt je keurig afgeleverd bij het hotel. Ik was wel blij dat we van te voren een prijs afgesproken hadden, want de weg die de man nam was behoorlijk om.

Na wat chillen in de hotelkamer zijn we maar wat junkfood gaan kopen bij de KFC in de buurt en daarna koffer inpakken en vroeg naar bed. Morgen moeten we om half zes op het vliegveld zijn voor de reis naar Christchurch.