Maandag, 26 mei 2025

Eenieder was om zeven uur op en nadat was uitgezocht hoe laat het hoog water was in Beaulieu bleek dat we pas rond negen zouden vertrekken daar het rond 10:41 hoog water zou zijn en de tocht maar anderhalf uur zou duren. Er stond reeds een aardige wind en daar we voor de wind zouden varen werd weer gekozen om alleen de Genua te zetten.

Met een aardig gangetje werd gevaren naar de ingang van de vaargeul van Beaulieu. Om voldoende diepte te vinden moest er door een poortje worden gevaren en dan binnen de tonnen te blijven. Dat leek gek, daar het leek dat we overal wel konden varen, maar deze rivier is berucht om zijn ondiepten en het braaf varen tussen het midden van de tonnen is dan ook erg belangrijk. De rivier lag bij de monding helemaal vol met zeiljachten aan meer tonnen. Er werd tussen die scheepjes door gemanoeuvreerd en zonder kleerscheuren werd de jachthaven bereikt. Bob had de havenmeester inmiddels bereikt en die stond ons, met twee collega’s op te wachten om de landvasten aan te nemen. Er werd namelijk aangelegd aan hogerwal en met stroming, dus was het lastig om goed bij de kant te komen, zelf na gebruik van de boegschroef.

Het was na elven toen we vast lagen dus zaten we dit keer erg vroeg aan de Port. Traditie is traditie en die mag je niet zomaar breken. 😉

Na de Port is Rein een groentesoep gaan bereiden voor de lunch die rond ene werd genuttigd.

Des middags zijn we naar Beaulieu Village gaan lopen. Het pad liep door een bosrijk gebied parallel aan de rivier de Beaulieu. Het was zonnig en warm en dan was voor een heleboel mensen het moment om hetzelfde te doen. In Beaulieu aangekomen bleek het een klein dorpje te zijn waar veel toeristen te vinden waren. Bij een klein bakkerswinkeltje was het erg druk, want daar werd schepijs verkocht. Wij zijn daar ook niet aan voorbij gegaan en hebben dus allen een hoorntje gekocht met twee bolletjes ijs a vijf pond vijftig. Gewapend met het ijsje zijn we het dorp verder door gelopen, maar na een paar honderd meter bleek het dorp al op te zijn en zijn we dus maar weer terug gelopen en de lokale pub in gegaan voor een glaasje Draught Ale

Toen we terug aan boord kwamen bleek het nog steeds vroeg en werd er aan dek gezeten in het zonnetje alvorens naar Henry’s Pub te gaan voor het diner. Deze gelegenheid was gevestigd in een van de gebouwen die vroeger werden gebruikt bij de bouw van oorlogsbodems tussen 1600 en 1700. Het schip van Lord Nelson zou hier ook gebouwd zijn. Langs de oever waren de stillen getuigen zichtbaar van verzanden dokken en scheepshellingen.

In de pub hebben we en drie gangen menu genuttigd die, zou later blijken, nog een vervelend staartje zou krijgen. Daarna zijn we weer naar boord gegaan alwaar eenieder niet snel daarna de kooi opzocht.