De dames en kinderen zijn vandaag naar Idesheim gegaan (uur rijden) om bij een groeve “edel” stenen te gaan zoeken. Henriëtte en Sabine waren hier al eerder geweest en konden daar met, aldaar verstrekt gereedschap, graven naar bijzonder gesteente. Dit keer was het door de droogte niet echt te doen, maar er was, speciaal voor de kinderen, een veldje waar men mooie en reeds bewerkte stenen had gestrooid.
Intussen ben ik weer met Toby gaan wandelen. Ik had op de kaart gezien dat er restante waren te vinden in het bos van een Romeinse Villa van drie of vier eeuwen na Christus. Bovendien zou mijn wandeling ook naar de top voeren van een berg die niet begroeid was.
De wandeling was weer vrijwel geheel door bos en dus schaduw. Toby gedroeg zich, net als andere keren, weer netjes en luisterde (meestal) goed. Bij de villa aangekomen, bleek dit alleen restanten te zijn van de fundering. Deze bleek van beton te zijn. Moet kunnen, want de Romeinen gebruikte dit toen al.

De wandeling zou naar de top voeren, maar deze bleek toch begroeid te zijn. Een bordje verwees naar de “Fünf-Seen Blick” wat volgens de kaart een uitzichtpunt moest zijn. Dit klonk ook goed, dus zijn Toby en ik daar heen gelopen.

De Fünf-Seen Blick bleek een uitkijktoren te zijn vanwaar er een uitzicht is over een de Moezel. Volgens internet: “Doorspekt met prachtige bossen en wijngaarden, doemt de Moezel vijf keer op, waardoor het lijkt alsof er vijf meren zijn”.

Eerlijk gezegd, zie ik maar drie stukken Moezel.
Het begon inmiddels al aardig warm te worden, dus zijn Toby en ik vanaf dat punt terug gaan lopen naar het park, maar wel via een iets andere weg. Het viel me wederom op dat er twee kleuren paadjes werden aangegeven via Maps.me. De donkerbruine zijn vaak paadjes waarop ook door auto’s kan worden gereden en lichtbruine paadjes de vaak niet eens te vinden zijn. Ook nu had ik een lichtbruin paadje in mijn route gedacht, maar die bleek inderdaad niet te vinden te zijn, niet eens iets wat lijkt op een wildwissel.
Uiteindelijk kwamen we weer in de buurt van het park alwaar ik in de verte een houthakkers machine zag rijden en vervolgens werd ik gepasseerd door een pick-up auto met een keetwagen erachter. Deze laatste liep snel op die andere machine in. Die houthakkersmachine was tot stilstand gekomen en bleef daar staan. Tijdens het passeren van deze vervoersmiddelen kwam de bestuurder van de voorste uit het bos lopen, had vermoedelijk een sanitaire stop gemaakt. Ik dacht dat ik snel weer zou worden gepasseerd, maar dat bleek nog aardig wat tijd te kosten en ik was dan ook bijna weer bij het park.
De rest van de dag heb ik met gedeisd gehouden in de schaduw van een boom omdat het gewoonweg reeds te warm was om nog wat te ondernemen.