Categorie archieven: Vakantie 2017

Vakantie 2017 in Schotland

Zondag, 2 juli 2017

Wederom een zeer, zeer winderige nacht met veel regen. De tent hield het aardig, maar dat kwam vermoedelijk mede omdat we een tweede tent achter de andere hadden gezet en deze de meeste wind wegnam. ’s Ochtens, rond negen uur, was het ontbijt en inpakken. Binnen een mum van tijd was alle inhoud van de tenten in de auto en de tenten zelf heb je in een paar minuten van volledig opgezet tot ingepakt in de auto.

Turf afgraving voor Laphroaig

Daar we al om half tien klaar waren om af te rijden en de boot pas om half een zou afvaren, hadden we nog even tijd om wat te bezoeken. Op de terugreis richting de boot, kwamen we langs de peat-/turfafgraving van Laphroaig.

Hier moest ik natuurlijk even stoppen. Het was er verlaten, maar wat wil je op een zondag. Dit afgraven werd door seizoen arbeiders gedaan en dan hebben ze bij de fabriek weer turf genoeg tot de volgende zomer.

De volgende stop had ik bij Kilchoman Distillery in gedachten. Het eerste deel van de route was een, voor Islay begrippen brede weg, maar het laatste stuk, toch nog 5 mijl, was weer een enkelbaansweggetje met passeer plaatsen. Er waren aardig wat wielrijdersgroepen op de weg en zelfs op dat smalle weggetje, met een discutabele/verdrietige afvaltvloer, kwamen we een groep tegen. Ik, de Nederlander die tourfietsers en wielrijders(groepen) gewend is,  ben braaf op een passeerplaats gaan staan wat overigens zeer gewaardeerd werd door de passerende groep renners.

Uitzicht op de Kilchoman distilleerderij

Na het nodige opgevangen te hebben over de omvang en werkschema’s bij Kilchoman door de rondleid(st)er(s) was zeer verbaast te zien dat de distilleerderij toch open was voor bezoekers en er bovendien werd geproduceerd. Wellicht bedoelde ze dat er geen rondleidingen gegeven werden, al heb ik daar niet naar gevraagd, het ging tenslotte alleen om een kort bezoek. Ik heb nog even in tweestrijd gestaan om een fles whisky mee te nemen, maar wederom keek ik op van de prijzen. Hier viel de prijs van een fles Kilchoman Mashir Bay mee, maar toch nog 45 pond, terwijl mijn hofleverancier in de merenwijk van Leiden deze fles voor 44 euro te koop aanbied. Ik blijf het vreemd vinden dat een herverdeler via een importeur whisky in het algemeen goedkoper in de markt kan zetten dan notabene de fabriek waar het gemaakt wordt. Ook belastingvrij op de boot is het nog duurder. Het zal wel te maken hebben met winstmarges en misschien belangrijker een lager accijns in Nederland.

Vanaf Kilchoman reden we nog naar Bruichladdich in het gelijknamige dorpje. Deze fabriek was een stuk minder mooi/schilderachtig dan de eerder bezochte drankproducenten. Kortom: Omkeren, links laten liggen en richting de pont. Langs de

route kwamen we nog borden tegen van Finlaggan (the seat of the lord of the Isle),Bunnahabhain en Caol-Ila om uiteindelijk in Port Askaig (ook een whisky naam) aan te komen. We waren netjes op tijd en het inschepen begon een half uur daarna.

Bij het oprijden van de pont leek het even dat ik helemaal achteraan op het open dek mocht aanschuiven, maar ik werd er uit gewenkt en mocht helemaal doorrijden tot de brug in de boeg en zou dus als eerste het schip mogen verlaten. Nice! Lege weg voor me! Helemaal niet slecht daar veel Schotten het rijden van 35 mph hard genoeg vinden, inhalen zeer lastig is vanwege de bochtige wegen en het feit dat mijn stuur links zit en last but not least, het 95 mijl is naar Fort William.

Aan boord hebben we warm gegeten. Een heel goed te eten maaltijd met een grote kop koffie van redelijk komaf en vervolgens genieten van de zeer rustige overtocht want het schip voer voor de wind en er waren bijna geen golven. Dat was op de heenreis wel even anders. De rust werd tijdens de reis wreed verstoord door een oefening van de bemanning. Een, volgens de kapitein, wettelijk verplichtte brand en abandon-ship oefening. Van de oefening was weinig te zien, maar wel te horen door de alarmsignalen die regelmatig te horen waren gevolgd door de stem van de kapitein met de woorden: “for exercise, for exercise, for exercise, this is ……”

Zoals als eerder gezegd, mocht ik als eerste van het schip af. Niet zo gek, want ik blokkeerde met de auto de volledige uitgang. De route ging voorspoedig op een paar trage Schotten na. We kwamen langs het kasteel Aaaarrrrggg (Film locatie van Monty-Python.

Kasteel Aaaaarrrrrggggghhh!

Het kasteel heet eigenlijk Stalker Castle), vele mooie uitzichten waarbij sommige zelfs door de zon geschenen en uiteindelijk in zware regenval via Fort William op de camping aan de voet van Schotlands hoogste berg de Ben Nevis. Op de camping kregen we een mooie kampeerplek toe bedeeld met stroom en een zeer goede netwerkverbinding voor de telefoon. Hé hé, eindelijk mogelijkheid tot het laden der telefoons, tablet en PC en internet om de blog bij te werken.  Iets minder leuk is, de aanwezigheid van Midges of Knutten. Hele kleine muggen die het voor elkaar krijgen om door je kleren heen te steken.

Na een broodmaaltijd en het typen van de blog en het doornemen van alle mail, was het bedtijd.

Zaterdag,  1 juli 2017

Goed, het regende in de ochtend, maar we zouden vandaag de overige twee distilleerderijen van de drie gaan bezoeken, dus kon het mij niet zoveel schelen. Besloten was, om eerst naar Laphroaig te rijden om de rondleiding van 11 uur te reserveren, vervolgens naar Ardbeg om die van 15 uur te reserveren en dan weer terug voor de eerste rondleiding. Zo gezegd zo gedaan en met de ervaringen van gisteren liet ik mijn camera maar in de auto. We werden begroet door een meiske die aangaf dat ze nog niet zo lang rondleidingen gaf en dus zo nu en dan speakbriefjes gebruikte, BOVENDIEN gaf  ze aan dat er geen problemen waren met het maken van foto’s. Schiet er maar lekker op los. K*t! Dat heb ik weer. Bezoek ik de fabriek van mijn favoriete whisky en heb ik mijn camera er niet bij en nog erger: De telefoon, die ook een leuke camera heeft, is LEEG! Nou ja, shit happens. We werden eerst gebracht naar de kiemzolder. Daar werd het geweekte graan uitgespreid over een vloer om te kiemen. Hierbij worden de enzymen / suikers gevormd die belangrijk zijn voor het fermenteren. Ze vertelde dat deze laag regelmatig werd gekeerd opdat het kiemen gelijkmatig zou gebeuren. Het is eens gebeurd dat dit niet is gedaan en vervolgens was de laat graan zo groen als een voetbal veldje. Of de persoon alleen een standje heeft gehad of was ontslagen, kon ze ons niet vertellen. Als dit alles goed gegaan was, werd het naar de droogkamer gebracht. Een vloer met smalle spleten waaronder een turfvuur gestookt werd. Nadat dit gedurende een paar uur was gedaan, werd de mout met warme lucht gedroogd, zodat het kiemproces werd gestopt. Er werd een bezoek gedaan aan de turfbranders en er werd verteld hoe dit gestoken wordt en waar dit gebeurd. Daar moest ik morgen maar eens langs rijden. De gedroogde mout wordt vervolgens vermalen. Nu zijn we aangeland op de start van de rondleiding van Lagavulin en later zou blijken ook die van Ardbeg. Grappig hierbij is dat onze leidster en later ook die van Ardbeg zou vertellen dat ze de mout ook betrekken bij een bedrijf uit Port Ellen. Ja Ja, het grote lelijke grijze gebouw. Dit bedrijf levert aan alle distilleerderijen behalve aan Kilchoman, die doet alles in eigen beheer.

Bij Laphroaig zijn de kookketels en fermentatie ketels van roestvrijstaal, bij de andere twee zijn de fermentatietonnen van naaldhout. Naaldhout gebruiken ze overigens omdat het zeer lange planken geeft zonder knoesten. Ook bij Laphroaig kregen we de gefermenteerde vloeistof te proeven, dit keer niet uit een grote beker, waarvan het restant werd terug gegooid, maar werd het overgeschonken in kleine cupjes. Een stuk hygiënischer in mijn ogen. Vervolgens werden geleid naar de distillatie vloer. Hier was de Master Distiller aanwezig en heb aan hem aardig wat vragen kunnen stellen over de voorslag, de methanol, hoe dit wordt gemeten en wat er mee gedaan wordt en over temperaturen ed. Nergens werd geheimzinnig over gedaan. De mensen waren zeer, zeer vriendelijk en hulpvaardig.

Uiteindelijk werden we geleid naar wharehouse nr. 1. Eén van de weinige nog over gebleven opslagruimten van hun. Het meeste gaat naar het vaste land (Daar gaan we weer) Terwijl we daar waren, waren er een aantal mannen die vermoedelijk een vat hadden gekocht en deze op rijping aan het controleren waren. Er werd wat uit gehaald en in flessen gedaan, onder het toeziend oog van een van de medewerkers van de distilleerderij. Tijdens het praatje van de rondleidster, werd er gesproken over Angelshare, maar ook over Devilshare. Dit laatste was mij nog niet bekend. Daar waar de Angelshare de alcohol is die in de jaren uit het vat verdampt en naar de Engelen stijgt. Daar is de Devilshare de alcohol die in het hout van het vat trekt en er niet meer uit komt. Niet het vat in dan wel het vat uit als Angelshare. Dit was het laatste van de rondleiding en dus waren we aangeland bij de kennismaking van het product. Aan het begin hadden we een glaasje gekregen met daarin drie metalen knijpers. Deze (tokens) konden we gebruiken voor een dram whisky. De standaard 10 jarige whisky kostte één token (knijper) de speciale drie knijpers. Aangezien bekend ben met het gangbare oeuvre van Laphroaig hebben we maar gekozen voor twee speciale varianten.

Daar de twee drams gisteren nogal zwaar gevallen waren, hebben we de whisky’s maar meeg

 

enomen in potjes. Daarna heb ik de Nederlandse vlag geplaatst op mijn vierkante voet land die ik tien jaar geleden van het bedrijf gekregen heb en aansluitend heb ik de huur ontvangen van dit jaar. 5cl whisky. De overige 10 jaar kreeg ik niet, want je moet de huur per jaar in persoon ophalen bij de distilleerderij.

Na Laphroaig zijn we naar Ardbeg gereden met een kleine omweg. Daar hebben we eerst de lunch gebruikt

alvorens de rondleiding te ondergaan. De maaltijd was erg lekker, zoals door menigeen beloofd. Bij Ardbeg werden we eerst op de hoogte gebracht over het wel en wee van het bedrijf. Hoe het eerst een van de grotere bedrijven was en hoe het na het stilleggen van het bedrijf uiteindelijk in handen kwam van Glenmorangie en dat hiermee de sloop van het bedrijf is gestopt, maar dat hierdoor wel het hele voor proces niet meer kon worden uitgevoerd en dat ze meteen begonnen met het maken van de wort. Hier mochten wel foto’s gemaakt worden behalve van de distillatievloer, waarvan ook de rondleidster niet begreep waarom niet, dus liet ze toe dat er foto’s gemaakt werden door de deur richting de distillatievloer. Tijdens de rondleiding werden we weer op de hoogte gebracht van de mout molen, zij het van een andere firma, die niet kapot ging en waardoor de producent van dit toestel uiteindelijk niet meer bestaat. Bovendien werd er weer gesproken over het grote lelijke grijzen gebouw in Port Ellen. Uiteindelijk kregen we hier geen vaten te zien, behalve lege, want de whisky werd gelagerd en uiteindelijk gebotteld door het zelfde bedrijf dat ook de Glenmorangie doet. Het was uiteindelijk goed weer geworden, dus na de product kennismaking:  een dram Uigeadail en een dram Corryvreckan, helaas geen Supernova, zijn we naar de camping gegaan en vervolgens nog een mooie wandeling langs het strand gemaakt.

’s Avonds wakkerde de wind behoorlijk aan en kwam de regen ook zo nu en dan met bakken uit de hemel, maar dat maakte allemaal niet zoveel meer uit, morgen gaan we naar Fort William.

Vrijdag, 30 juni 2017

De dag begon met het herinneren van de openingstijden van de drie distilleerderijen die ik wilde bezoeken. Opzoeken kon ik niet, want de telefoon was al geruime tijd uitgevallen door een lege accu. Ik meende me te herinneren dat Lagavulin alleen op werkdagen rondleidingen geeft, dus die zouden we vandaag bezoeken en tevens zouden we vandaag geld gaan regelen voor het campinghoofd.

Na het ontbijt zijn we met de auto richting Port Ellen gereden en daar overigens geen geld automaat kunnen ontdekken. Vervolgens zijn we door gereden langs drie distilleerderijen, Laphroaic, Lagavulin en Ardbeg en de weg helemaal langs de kust gevolgd tot Kildalton Cross. Deze locatie is een gegraafplaats rond een vervallen kerkje met op die begraafplaats een ca. 1300 jaar oud christelijk kruis welke voor britse begrippen de mooiste en meest compleet is. In het verleden is er een opgraving geweest onder dit kruis en zijn daar de stoffelijke resten gevonden van een man de Blood Eagle heeft ondergaan. Geen prettige dood, zoek maar op, op internet. Dit is niet de hoofdreden dat ik daar heen gegaan ben, maar meer vanwege het feit dat het Kildalton is en dat dat de naam is van een van de lekkerste whisky van Ardbeg die ik ooit gedronken heb.

Vandaar uit zijn we teruggereden naar Lagavulin en een rondleiding genoten. Deze begon overigens al goed door te melden dat fotograferen niet was toegestaan. De hele rondleiding heb ik dus voor niks lopen sjouwen met m’n Pentax L Ik heb natuurlijk al eens eerder een distilleerderij bezocht dus het verhaal was natuurlijk al wat bekend. We werden rondgeleid langs het productie proces, daar waar de voorbewerkte mout per vrachtwagen werd aan gevoerd. Deze wordt overigens aan bulk in een bedrijf in Port Ellen verwerkt. Dit werd door meneer de rondleider gemeld als dat lelijke grijze gebouw aan het begin van Port Ellen. Vervolgens kwamen we langs de maalderij, waar een machine stond uit het begin van de vorige eeuw, gemaakt door een bedrijf die niet meer bestaat omdat de producten die ze maakte niet kapot gaan. Toen liepen we langs de roestvrijstalen ketel alwaar het gemalen mout dus wordt gekookt om de enzymen eruit te krijgen. Vervolgens langs een aantal vaten alwaar de wort dus kan gisten. Daar kregen we uit het meest vergistte vat een beetje te drinken. Dit smaakte naar een flauw soort Guinness. Niet gek natuurlijk, daar de mout op een turfvuur wordt gedroogd en het hele proces tot zover gelijk is aan bier maken. De vloeistof die inmiddels zo’n 9% alc bevat wordt van de mout ontdaan en overgepompt naar de wash-still alwaar de vloeistof voor de eerste keer wordt gedistilleerd. Het resultaat is een vloeistof genaamd “low-wine” en bevat zo’n 24% alk. Nu wordt het in de spirit-still gedaan en daar wordt het midden gedeelte van het distillaat een vloeistof met gemiddeld 72% alk in vaten gedaan en de rest gaat terug met een nieuwe batch de still in. Voor de reset was er niets te zien, want er waren geen ruimten te zien alwaar de vaten werden opgeslagen en ook geen bottelarij, want dat gebeurd allemaal op het vaste land (Groot Brittannië is toch ook een eiland?  Wat nou vaste land?) De rondleiding stopte met een product kennismaking van waar de man zij dat hij vond dat de standaard 16 jaar oude Lagavulin het lekkerste was, maar dat we mochten kiezen wat we wilde. Ik koos voor de festivalbotteling van 2017 en Henriëtte op mijn verzoek voor een die gerijpt was in een wijnvat. Dit omdat de overige varianten voor mij al bekend waren. Die 16 jaar whisky waar de man het over had, staat altijd in mijn whiskykast.

Het was nog vroeg, dus gingen we van hieruit verder opzoek naar geld. We gingen hiervoor naar het postkantoor. Daar kregen we te horen dat deze alleen geld kon geven op bankkaarten van Groot Brittannië. Vervolgens heb ik het geprobeerd in winkels, maar dat lukte allemaal niet. Dan maar de reis naar Bowmore, alwaar er een bank aanwezig was. Gewapend met baar geld zijn we maar weer naar de camping gegaan en het camping-hoofd betaald. Eerst had ik wel weer de één acter met de boer, maar die werd weer kordaat weggestuurd door het campinghoofd.

’s Middags hebben we een wandeling gemaakt door het geheel onbevolkte zuidooster schiereiland van Islay. Een zeer mooie wandeling langs vele vervallen gebouwen uit lang vervlogen tijden van Vikingen en overgevaren Ieren. Het was alleen vaak dat het pad niet meer te zien was, daar de huidige bevolking, schapen, er vele kriskras doorheen gemaakt hadden. De volledige wandeling zou zo’n vier uur in beslag nemen en daar we niet zoveel tijd hadden zijn we in onze ogen halverwege teruggekeerd. Later zagen we op de kaart dat we wel de hele wandeling gedaan hadden.

Aan het eind van de avond, werden we nog getrakteerd op een mooie zonsondergang. Gewapend met twee stoelen en een camera zijn we op het aangrenzende strand gaan zitten en dit gebeuren aanschouwd. ’s Nachts is het weer betrokken en ’s ochtends regende het weer.

Donderdag, 29 juni 2017

Vandaag werd ik gewekt door een zacht getik van regen tegen het dak en tegen de ramen van onze octolodge. We wisten dat er een zwaar regenfront op komst zou zijn, maar dit was wel behoorlijke zeikregen. Het type dat niet te ontwijken is. Hoe je de grote druppels ook ontwijkt, dat kleine spul dringt overal tussen door en je wordt zelfs nat onder je kleren. Om de spullen toch droog in de auto te krijgen heb ik uiteindelijk de auto maar met haar kont richting de ingang van de hut geparkeerd. Konden alles mooi enkele reis de auto in.  Ik was begonnen met een nieuwe indeling van de bagage in de auto, maar wat ik ook doe, er blijft te weinig ruimte voor Madelon die later per vliegtuig in Glasgow zal arriveren. Ze moet maar dwars boven op  de bagage gaan liggen is de oplossing die Henriëtte me aanreikte 😉

Keurig voor elf zijn we de camping afgereden en in een standvastige stroom regen richting Islay afgereden. Het ging even een beetje fout nabij Glasgow, want daar was een nieuwe autoweg aangelegd en die was nog niet helemaal bekend bij de GPS van de auto. Vervolgens bleken wij een schiereiland opgereden te zijn waar we een pont moesten nemen naar de overkant. Daar we geen zin hadden om om te rijden, hebben we de overtocht maar aanvaard en meteen ook de tweede. Maar goed ook, want op deze manier waren we ruim op tijd bij de Ferry naar Islay, alwaar we nog een plekje konden bemachtigen voor de overtocht van half vier.

Aan boord hebben meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om te eten. Ik een Chicken-curry, waarbij een vriendelijke steward het volgende in mijn richting bleef herhalen: “It’s Spicy!”. Mijn response was hierop: “Not to Spicy?” Zijn reactie was hierop het gene hij dus bleef herhalen. Henriëtte nam een MacAndCheese en beide maaltijden werden geflankeerd door friet en in mijn geval een kop koffie. Lekker grote bak en goed te drinken, maar geen Dead-Eye kracht natuurlijk.

Eenmaal op Islay aangekomen begon de reis naar de camping, Kintra-farm genaamd. Terwijl we op de hoofdweg en enige weg richting Bowmore reden kwamen we al langs afslagen waar de borden richting de distilleerderijen Coal-Ila en Bunnahabain verwezen. Voordat we goed en wel in het plaatse Bowmore (ook de locatie van de gelijknamige distilleerderij) kwamen, mocht ik de hoofdweg af en richting Port-Ellen rijden (ook de locatie van de gelijknamige distilleerderij). Dit was een weg breed genoeg voor één voertuig maar er waren zat passeerplaatsen op de route. Met een rustig gangetje van 60mph (iets meer dan 100km/u) reden over dit weggetje gedurende zo’n 20 mile en we hadden maar één tegenligger. Het was druk voor Islay begrippen 😉 Vervolgens nog wat afslagen welke uitkwamen op de laatste en tevens doodlopende weg naar de camping. Naar mate de mijlen onder de banden doorrolde werd de weg steeds slechter. Al hobbelend en schuddend kwamen we op de camping aan.

In de receptie, (nou receptie?) een ruimte met daarin een twee wasbakken waar iemand druk doende was met de vaat, een tafel met twee stoelen, twee achter elkaar geplaatste machines, een van het type was en de andere van het type droog en een plank met daarop een papier waarop de nodige campinggasten zich hadden ingeschreven en een aan de muur gehangen tekening van de camping waar op allerlei locaties kleine papiertjes voorzien van punaises waren geprikt en minstens zo belangrijk een deurbel. Ik belde aan! Althans daar ga ik maar vanuit, want er was niets te horen. Na een lange tijd, de man die de vaat aan het doen was, was inmiddels klaar en vertrokken, kwam er een zeer oude man binnen. Die begon allerlei vragen te stellen over wat ik kwam doen en dat hem niets interesseerde behalve zijn beesten, hè … ???? Uiteindelijk kwam er uit een andere deur een minstens zo oud vrouwtje en stuurde de man weg en begon met het inschrijf ritueel. Alles ging op papier en met veel geschrijf en doorgekras werd de inschrijving uiteindelijk voor drie overnachtingen voltooid. Betalen kon daar alleen analoog en daar ik veel te weinig geld in mijn zak had, werd er uiteindelijk weer een hoop gekras en geschreven en had ik voor een nacht sowieso nog steeds twee pond te weinig. Dat mocht ik de volgende dag betalen, zei ze. Nu ging ze de camping uitleggen. Dat ik niet links van de weg mocht kamperen werd slechts viermaal gemeld. Dat er watertap punten waren op de camping slechts driemaal. En dat ze water uit een put haalde dat werd behandeld en dat dat een maal per jaar werd gecontroleerd of deze voor consumptie geschikt was en dat het overige kraanwater waaronder dat van de vaat en de douche niet voor consumptie geschikt was, wel één keer. Jet en ik besloten om maar helemaal af te zien van de water en alleen gebruik te maken van flessenwater. Helaas was er geen elektriciteit en geen internet en het laden van telefoons was niet toegestaan!!! Hiermee begonnen voor ons dus drie dagen van radiostilte. Met de woorden, zoek maar een plekje, zijn we de camping op gereden. Het geheel was een zeer zeer winderig geheel en toen we eenmaal begonnen met het opzetten van de tent, was deze al meteen in de harde wind aan het plat waaien. Ik het even nagedacht over hoe ik dit het beste kon verhelpen en daar ik zo snel niets kon verzinnen ben ik uiteindelijk maar naar een ander plekkie gaan zoeken. Deze werd een klein stukje verder gevonden en, dat is het voordeel van onze tent, maakte we de tent los en verschoven deze naar de nieuwe locatie met bedden en al. Na een goede maaltijd was het bedtijd en dit werd een rumoerige nacht van veel wind en klapperend tentdoek onder het donderende geraas van de branding van de zee.

Dinsdag, 27 juni 2017

Na een onrustige nacht van vele malen wakker worden en niet weten waardoor, was het eindelijk kwart over zeven. Ik vroeg met af waarom de wekker niet was afgelopen! Niks aan de hand, maar toch. Onderzoek wees uit dat het wekmoment ingesteld stond om 07:00uur in het weekend. Tsja, het is natuurlijk dinsdag. Jet lag nog te slapen, dus ben ik maar naar koffie gaan zoeken en gevonden. Typische ferry prijzen, 3 euro 80 voor een kopje koffie. Maar ja, heb toch m’n start nodig.

Zoals de intercom rond acht uur had beloofd, legde de Sea King keurig om 10:00 sharp aan in Newcastle. Om half elf werd er omgeroepen dat we naar de auto moesten gaan en daar konden we bij nader inzien niet bij komen. De toegangsdeur naar het cardeck weigerde dienst. Hoe vaak een persoon voor mij in de rij ook op de knop drukte, de deur bleef dicht. We werden bezocht door een van Aziatische afkomst stewardess. Zij drukte op de knop en wat denk je?  Deze ging natuurlijk nog steeds niet open. Er werd een code ingetoetst en nog steeds ging de deur niet open. Vervolgens kwam er een collega ook van Aziatische afkomt. Na vele Vietnamese loempiateksten georeerd te hebben heeft hij op de knop gedrukt en ja hoor de deur bleef wederom dicht, dus, want denk je, hij toetst de code in en drukt op de knop en ja hoor ook hierop reageerde de deur in het geheel niet. Het meiske heeft per portofoon contact opgenomen met de brug, dus kwam er een technicus uit de machinekamer en die drukt vervolgens op de knop, ja ja ja, de deur ging dit keer weer niet open. Dus heel voorspellend drukte hij een code in en ja hoor ook dit keer ging de deur niet open. Deze man had natuurlijk meer truckjes, want hij liep vervolgens naar een schakelkastje, deed deze open, haalde een schakelaar om, waarna er wat gesis klonk en duwde de deur vervolgens opzij. Hèhè eindelijk konden we naar de auto. Nog niets te laat overigens, want de brug was nog niet neergelaten.

De Bordercontrol deed verder niet moeilijk, dus reden we snel af richting Edinburgh. De ca 140 mijl werden snel en zonder problemen afgelegd. Zoals ik al had vermoed, zou het links rijden geen probleem zijn en wat mij zeer verwonderde, iedereen houd goed afstand en wordt ook verder niet ingehaald. In eerste instantie reden we een heel stuk achter een vrachtwagen en iedereen houd daarbij op zijn voorganger zo’n vijftig meter afstand, er werd nergens geduwd en er werd strak aan de maximale snelheid gehouden. Nu moet ik er wel bij zeggen dat de weg die wij volgde strak stond van de snelheidscamera’s en auto’s en motoren mogen op een buiten bebouwde kom weg 60 mijl/h (iets langzamer dan 100km/u) Vrachtwagens en bestelbussen mogen daar maar 50mijl/h. Al bleef alles er achteraan sukkelen, na zo’n 70km was ik het zat en heb een vrachtwagen en een paar bestelbussen toch ingehaald, al blijft het wel angstig om te vertrouwen op de persoon rechts in de auto.

We waren om twee uur op de camping nabij Mussel Burgh (klinkt Duits) en hebben daar op aanraden van het campinghoofd geen tent op gezet maar voor een paar pond meer een blokhutje gehuurd. Blijft de tent lekker droog en is met regen toch net effe lekkerder. Net als zeezout 😉  Na kwartier gemaakt te hebben zijn we naar Mussel Burgh gaan wandelen en hebben inkopen gedaan voor de avond en ponden gehaald om morgen met de bus naar Edinburgh te gaan.

Maandag, 26 juni 2017

Inchecken in IJmuiden zou plaats vinden tussen 15:00 en 16:45 uur en afvaren zou om 17:30u plaats vinden. Ik hou er van om toch altijd wat slag om de arm te houden. Je weet tenslotte maar nooit. Er kan een ongeluk gebeurd zijn op de route of simpelweg een brug geopend worden die daarna wat problemen heeft met sluiten. Met dat slag om de arm zou het dus 14:00 uur afrijden worden. Eerst een bezoek aan moeder van Polanen, daarna een bezoek aan moeder van der Kraats en vervolgens om 13:45 afgereden. Het is een rit van 39 minuten, dus bleek het een behoorlijke slag om de arm. We waren er dus ook reeds om 14:30uur. Geen probleem, want het inchecken bleek eerder te zijn begonnen als dat ze op de website van DFDS (de reder van de veerdienst) hadden beloofd. Het stond stijf van de motorrijders. Waren vrijwel allemaal Britten die naar de TT in Assen waren geweest. Ondanks het feit dat ervoor mij in de rij een grote groep motorrijders stonden, waren we toch redelijk snel aan boord. Na de hut gezocht te hebben zijn we het schip gaan verkennen. De enige plaats waar op dat moment een bar

open was, was op het top dek en daar het weer heerlijk was, was het daar dan ook afgeladen met “motorrijders”. Nadat we de zee opgegaan zijn, zijn we wat eten gaan zoeken. Het werd het restaurant little Italia waar je voor DFDS begrippen goedkoop een pizza kon eten. Daarna hebben we nog een wandeling gemaakt over het Aloha-dek en zijn naar de hut afgezakt. Wekker gezet op 07:00uur

Zondag, 25 juni 2017

 

Daar we op maandag met de ferry van IJmuiden naar Newcastle zouden reizen werd er al vele dagen daarvoor gewerkt aan het bij elkaar zoeken van alle artikelen die we voor de reis naar Schotland nodig zouden hebben. Het bed in de logeer kamer begon langzamerhand vol te raken met tenten, luchtbedden, allerlei zakjes met haringen en scheerlijnen. (Je kan daarvan tenslotte nooit genoeg meenemen) enz. enz.

De zondag werd door mij benut om de auto eens goed uit te mesten en te wassen. Het laatste was zeker nodig, want de auto had de laatste dagen onder een boom gestaan, waarin een fauna aanwezig is die er alles aan doet om de auto te voorzien van een kleverige doch lak beschermde laag. Na deze met water te hebben verwijderd en meteen van de gelegenheid gebruik te hebben gemaakt om de  op de motorkap en gril te pletter geslagen insecten te verwijderen, werd alles uit de auto gehaald dat niet direct noodzakelijk was voor een vakantie. Gereedschap, zwaailicht, werkverkeerbordje, virtueel reserve wiel ed. moest er aan geloven. Vervolgens heb ik meteen de meeste zaken er maar in gegooid en dit had als gevolg dat we maandag qua laden bijna niets meer hadden te doen.